23

Feb

Olifantenmanagement

Heb je dat wel eens gezien, een olifant met een ketting aan zijn poot, vast aan een pin in de grond? Die olifant loopt niet weg al is het voor hem een eitje om die pin gewoon uit de grond te trekken of zelfs om de ketting kapot te trekken. Wat heeft dat met management te maken en wat kunnen we daarvan leren?


Mijn kinderen zijn inmiddels 14 en 17 jaar oud, en ik heb me in de opvoeding schaamteloos schuldig gemaakt aan het toepassen van de gedachte achter dit “olifantenmanagement”.


Zo wist mijn dochter 16 jaar geleden al dat ’s avonds of ‘s nachts hard huilen bij papa nooit ging resulteren in lekker mee naar beneden mogen. Ook weten beide kinderen dat doorzeuren na een duidelijk “nee” van papa nooit in een “ja” ging resulteren, integendeel zelfs.

 

Voor mij als vader is dat natuurlijk heerlijk. Mijn nachtrust was (bijna) veilig en ik had (bijna) geen last van drammerige kids, super! Of het voor de kinderen ook zo fijn was? Ik maak mezelf graag wijs dat die duidelijkheid wel prettig voor ze moet zijn geweest. Zo niet: er moet ook nog wat voor de therapeut overblijven, niet waar?

Waarom breekt die olifant niet gewoon los van dat lullige kettinkje? Simpel, hij “weet” dat dat geen enkele zin heeft.

 Van jongs af aan kreeg het kleine babyolifantje al diezelfde ketting om zijn poot. En reken maar dat hij alles heeft geprobeerd om los te komen, maar die ketting en pin in de grond waren toen nog te sterk voor hem. Daarnaast heeft zijn baasje nog een heel arsenaal aan dirty tricks om te voorkomen dat het olifantje het blijft proberen. Op gegeven moment geeft de olifant het op en weet hij dat als de ketting om zijn poot ging dat ontsnappen geen optie meer was.

 

Dit zie ik in vrijwel elk bedrijf waar ik kom terug: “we hebben dit al vaker geprobeerd, dat heeft geen enkele zin”, “dit kan ik nooit!” en nog veel meer beperkende overtuigingen die ergens zijn ontstaan. Of dat nu die negatieve manager van 10 jaar geleden was, die collega die elke keer naar faalmomenten uit het verleden blijft verwijzen of wat dan ook, je hebt zelf ongetwijfeld ook genoeg voorbeelden.

 

Zeg eens zelf, welke beperkende overtuigingen heb jij jezelf toegestaan?
Hoe bepalen die wat je wel, maar vooral ook wat je niet (meer) doet?
Wat zou het voor je betekenen als je beperkende overtuigingen niet waar blijken te zijn?
Welke mogelijkheden liggen er dan ineens voor je open?

 

Vanmorgen heb ik mijn kinderen een geheim verteld dat ik hun hele leven voor ze heb verzwegen: ik kan niet tegen kietelen. Mijn kinderen waren er 100% van overtuigd dat ik daar wel tegen kan, ze hebben het vroeger immers vaak genoeg geprobeerd, maar ja, die kleine peutervingertjes kon ik nog wel weerstaan.

 

Zo heb ik destijds met opzet een beperkende overtuiging in de koppies van mijn kinderen gezet: “het heeft geen zin om papa te kietelen, want daar kan hij toch tegen”. En natuurlijk had ik de afgelopen 17 jaar geen enkele behoefte om deze overtuiging uit de wereld te helpen, we zijn namelijk nogal van het stoeien. Ik ben benieuwd wat mijn kinderen met hun nieuwe helpende overtuiging dat papa niet tegen kietelen kan gaan doen.


Misschien wordt het wel tijd om mijn eigen beperkende overtuiging dat ik niet tegen kietelen kan uit de wereld te helpen…

Reacties (0)


Reageer




Toegestaande tags: <b><i><br>Voeg een nieuwe reactie toe:


Deel dit artikel: